Lang nagedacht, veel gelezen, gepuzzeld en geklooid met de lay-out, maar hierbij de eerste "officiële" versie van mijn trapmodellen.
Hoofddoel: Studenten meer motiveren door het bieden van meer autonomie middels vraaggestuurd onderwijs.
Een trapmodel voor de docent, gebaseerd op het ISD van Miles (Cyclisch Leren), die de opbouw van aanbodgestuurd naar vraaggestuurd onderwijs beschrijft.
En een trapmodel voor de student, gebaseerd op het Drive-model van Weijzen & Aalfs, aangevuld met inzichten van Dweck, Ryan & Decy, Vygotsky en Hattie & Timperley, die de opbouw van laag motiverend naar hoog motiverend beschrijft.
Ik ben erg benieuwd wat anderen ervan vinden! Dus: feedbackt, -upt en -forwardt u maar!!!
Trapmodellen versie 18-03-2016
vrijdag 18 maart 2016
woensdag 16 maart 2016
Denktank
Inmiddels alweer een week geleden heb ik een bijeenkomst gehad met drie studenten (Siyar, 1e jaar, Maaike, 2e jaar en Marieke, 3e jaar) die gereageerd hadden op de volgende oproep op onze portal:
Ik was ontzettend blij dat zij het blijkbaar ook een belangrijk onderwerp vinden om over na te denken! De bijeenkomst startte met een uitleg van wat mijn opdracht inhoudt en een korte blik op de curriculumanalyse die ik heb gemaakt. Vervolgens heb ik de studenten gevraagd wat zij nu graag zouden willen bij het werken aan de integrale leerlijn/ de beroepsopdracht (ik heb expres het woord tutorlessen proberen te vermijden om ze de ruimte te geven om buiten de bestaande kaders te denken. Dit waren hun reacties:
Maaike: docent aanwezig is ook stok achter de deur, mogelijkheid om vragen te stellen. Info geven die al in de voorbereiding gevraagd wordt, is irritant.
Marieke: voorzitterrol helpt om je meer beter voor te
bereiden. Docent heeft nu geen rol (minor) en studenten twijfelen dan of het
goed is wat ze doen en vragen blijven soms liggen. Niet gewenst: wat heb ik nu
eigenlijk gedaan?
Siyar: tutorles nu eerst gezamenlijk opstarten, dan
even zelfstandig en dan weer met docent nabespreken. Daarbij notulist (legt
belangrijke besproken zaken vast). Gezamenlijke producten zorgen wel voor
aanwezigheids”verplichting”. Wat me direct opviel was dat de studenten bij meer zelfsturing vooral dachten aan de aan- of afwezigheid van de docent tijdens bijeenkomsten. De andere zaken die ze benoemden waren allemaal ook prima in te passen in de huidige vorm waarin de tutorlessen gegoten zijn en zijn meer voorbeelden van good practices.
Om ze uit "the box" te lokken heb ik een aantal van mijn eigen ideeën aan hen getoetst. We zijn daarbij vooral ingegaan op twee ideeën, namelijk:
1. Studenten bepalen zelf de groeperingsvorm
2. Studenten bepalen zelf op welke manier ze hun competenties willen aantonen
Dit waren reacties die volgden:
Groeperingsvormen: Marieke kan zich er wel in vinden
om studenten zelf groepjes te laten maken met minimaal 1 product individueel.
Gevaar: samenwerking is ook een competentie. Letten op meeliften.
Toetsvorm kiezen: studenten laten kiezen uit aantal
verplichte toetsvormen en groeperingsvormen per jaar. Evt bijhouden op een soort
ERL-formulier. Per periode aantal opties benoemen en goed uitleggen vooraf
(intro-college)
Werkdruk docenten is een knelpunt.
Ook heel verhelderend om te zien dat studenten bij het bedenken van mogelijke alternatieven ook kijken naar de haalbaarheid voor de docent. Net als bij mezelf, merk ik dat ook studenten best veel moeite hebben om te denken buiten de bestaande kaders.Uiteindelijk heb ik ze gevraagd om helemaal 'los' te gaan en op te schrijven wat zij in een ideale wereld graag zouden zien bij het werken aan de beroepsopdrachten. Zie hieronder hun ideeën (Maaike moest helaas eerder weg):
Siyar
·
Studiehandleiding moet duidelijk zijn en niet
tussentijds veranderen
·
Opdrachten moeten goed gestructureerd zijn
(volgens 1 format) in de handleiding.
·
Op dag 1 alle opdrachten globaal doornemen en
daar een planning op maken
·
Groepjes at random indelen door de docent
·
Vragenrondje over de voorbereiding, dan info
over de stof, dan zelf aan de slag, dan plenair bespreken (info uitwisselen met
andere groepjes), dan weer een vragenrondje met aanvullingen van een docent.
Eventueel dan weer verder met de opdracht waarbij docent bereikbaar is.
·
Sfeer motiveert: humor, interactie,
gelijkwaardigheid docent-student.
·
In eerste jaar mag docent onderwerp/ doelgroep
bepalen, in tweede jaar keus meer bij de student laten (ieder kiest wat hij/zij
zelf meest interessant vindt)
Marieke:
·
Werkvorm: student een leidende rol, inspraak in
werkvorm
·
Docent: duidelijke rol
·
Praktijkgericht: waarom doe/ oefen je dingen?
Wat is de relatie met de praktijk? Gastdocent die extra uitleg geeft?
·
Mini-tutorgroepjes: groepjes zelf aan het werk
met een voorzitter/ student-tutor, waarin je vragen, producten etc et elkaar
bespreekt. De docent-tutor is aanwezig en overziet het proces.
* Toetsing: collegiaal gesprek waarin je kritisch
denken/ klinisch redeneren. Feedback op het proces
Al met al genoeg stof om over na te denken! Het concept "sfeer" spreekt me bijvoorbeeld erg aan en ik denk erover o te onderzoeken in hoeverre ik hier bijvoorbeeld iets mee kan in LA5! Verder valt het verschil in zelfsturend denken me op tussen de aanwezige eerstejaars student en de derdejaars student. Toeval? Of een overall-geldend principe? Ik blijf contact houden met de studenten en spreek hen (en hopelijk nog meer studenten) snel weer!
Epiphany
Zo af en toe laat ik mijn gedachten eens gaan over hoe het nu gaat. En dan doel ik op de relatie Laura - MLI. Aanleiding daartoe waren het gesprek met Michiel van een week of twee geleden en mijn R&O-gesprek (functioneringsgesprek) van 2 weken geleden.
Ik ben tot wat inzichten gekomen die ik toch even op mijn blog wilde posten.
Bij het terugblikken op mijn functioneren van het afgelopen jaar, werd mij ter voorbereiding op het R&O-gesprek onder andere gevraagd wat ik dacht dat mijn bijdrage was geweest aan het (propedeuse)team. Ik heb daarover nagedacht en kwam tot de conclusie dat ik denk dat ik voor het team misschien van waarde ben geweest, omdat ik de grote lijnen van ons onderwijs goed ken, goed op de hoogte ben van kaders (drempels, wetgeving) en goed vooruit kan kijken naar de consequenties van eventuele onderwijsveranderingen/ -vernieuwingen op de lange termijn. In het gesprek zelf, waarbij 1 van de teamleden aanwezig was, werd dit ook bevestigd: Laura heeft de kaders goed in het vizier en kan ons terugfluiten als we iets bedenken wat niet kan. Dit werd als zeer waardevol betiteld. Ik neem natuurlijk graag een compliment in ontvangst en vind het ook fijn om te weten dat mijn beeld van mezelf overeenkomt met het beeld dat anderen van mij hebben, maar toch zag ik ook een duidelijke keerzijde aan de verbaal ontvangen medaille.
Tijdens de voorbereiding op het gesprek realiseerde ik me ineens dat ik mijn kracht (goed zicht op de kaders) ineens was gaan zien als een valkuil: de kaders werken beperkend en geven niet de mogelijkheid om na te denken over hoe we het ECHT zouden willen. We proberen als team wel na te denken over allerlei vernieuwende ideeën, maar Laura fluit terug als het niet binnen de kaders past. Langzaam kom ik steeds meer tot het inzicht dat je misschien toch eerst vrij van kaders moet denken om het maximale uit goede ideeën te halen om DAARNA te kijken of en zo ja hoe het dan binnen de kaders in te passen is. En als dat niet kan, dan moeten de kaders misschien wel veranderen! We moeten eerst (in nauwe samenwerking met studenten en het werkveld) in gesprek over hoe we het WILLEN en daarna pas over wat KAN. Tot deze 'openbaring' vond ik de kaders te belangrijk, omdat ik bang was dat we veel werk en energie zouden steken in iets dat uiteindelijk vanwege de kaders toch niet gerealiseerd zou kunnen worden, met een dramatische duikvlucht van de motivatie tot gevolg. Nu denk ik dat het proces van creëren je mogelijk de energie geeft om de kaders indien nodig te veranderen.
Verder heb ik me tijdens het gesprek met Michiel gerealiseerd dat ik nog moeite heb om mezelf te profileren in de 4 rollen van de MLI, simpelweg vanwege het feit dat ik maar twee halve dagen op de opleiding Logopedie aanwezig ben. En binnen die tijd ben ik ook nog verreweg de meeste tijd ingeroosterd. Om die reden kies ik ervoor om in de vierde en laatste periode van het jaar, waarin ik geen onderwijsactiviteiten meer heb (jaartaak reeds overschreden), toch vaak aanwezig te zijn op de opleiding om in gesprek te gaan met collega's en studenten en mee te kijken bij collega's om nieuwe ideeën op te doen. Tijdens een team2daagse zal ik mijn curriculumanalyse presenteren om zo mijn collega's ook alvast een inkijkje te gunnen in waar ik zelf mee bezig ben.
Ideetjes die nog heel voorzichtig liggen te broeden zijn het meekijken BUITEN de opleiding (op zoek naar mijn zone van naaste ontwikkeling, want dat behoort zeker niet tot mijn comfortzone!) en het organiseren van een inspiratie(mid)dag voor collega's waarin ik enkele thema's die we in de MLI hebben besproken met ze wil delen om daarover vervolgens in gesprek te gaan....
Wordt vervolgd.....
Ik ben tot wat inzichten gekomen die ik toch even op mijn blog wilde posten.
Bij het terugblikken op mijn functioneren van het afgelopen jaar, werd mij ter voorbereiding op het R&O-gesprek onder andere gevraagd wat ik dacht dat mijn bijdrage was geweest aan het (propedeuse)team. Ik heb daarover nagedacht en kwam tot de conclusie dat ik denk dat ik voor het team misschien van waarde ben geweest, omdat ik de grote lijnen van ons onderwijs goed ken, goed op de hoogte ben van kaders (drempels, wetgeving) en goed vooruit kan kijken naar de consequenties van eventuele onderwijsveranderingen/ -vernieuwingen op de lange termijn. In het gesprek zelf, waarbij 1 van de teamleden aanwezig was, werd dit ook bevestigd: Laura heeft de kaders goed in het vizier en kan ons terugfluiten als we iets bedenken wat niet kan. Dit werd als zeer waardevol betiteld. Ik neem natuurlijk graag een compliment in ontvangst en vind het ook fijn om te weten dat mijn beeld van mezelf overeenkomt met het beeld dat anderen van mij hebben, maar toch zag ik ook een duidelijke keerzijde aan de verbaal ontvangen medaille.
Tijdens de voorbereiding op het gesprek realiseerde ik me ineens dat ik mijn kracht (goed zicht op de kaders) ineens was gaan zien als een valkuil: de kaders werken beperkend en geven niet de mogelijkheid om na te denken over hoe we het ECHT zouden willen. We proberen als team wel na te denken over allerlei vernieuwende ideeën, maar Laura fluit terug als het niet binnen de kaders past. Langzaam kom ik steeds meer tot het inzicht dat je misschien toch eerst vrij van kaders moet denken om het maximale uit goede ideeën te halen om DAARNA te kijken of en zo ja hoe het dan binnen de kaders in te passen is. En als dat niet kan, dan moeten de kaders misschien wel veranderen! We moeten eerst (in nauwe samenwerking met studenten en het werkveld) in gesprek over hoe we het WILLEN en daarna pas over wat KAN. Tot deze 'openbaring' vond ik de kaders te belangrijk, omdat ik bang was dat we veel werk en energie zouden steken in iets dat uiteindelijk vanwege de kaders toch niet gerealiseerd zou kunnen worden, met een dramatische duikvlucht van de motivatie tot gevolg. Nu denk ik dat het proces van creëren je mogelijk de energie geeft om de kaders indien nodig te veranderen.
Verder heb ik me tijdens het gesprek met Michiel gerealiseerd dat ik nog moeite heb om mezelf te profileren in de 4 rollen van de MLI, simpelweg vanwege het feit dat ik maar twee halve dagen op de opleiding Logopedie aanwezig ben. En binnen die tijd ben ik ook nog verreweg de meeste tijd ingeroosterd. Om die reden kies ik ervoor om in de vierde en laatste periode van het jaar, waarin ik geen onderwijsactiviteiten meer heb (jaartaak reeds overschreden), toch vaak aanwezig te zijn op de opleiding om in gesprek te gaan met collega's en studenten en mee te kijken bij collega's om nieuwe ideeën op te doen. Tijdens een team2daagse zal ik mijn curriculumanalyse presenteren om zo mijn collega's ook alvast een inkijkje te gunnen in waar ik zelf mee bezig ben.
Ideetjes die nog heel voorzichtig liggen te broeden zijn het meekijken BUITEN de opleiding (op zoek naar mijn zone van naaste ontwikkeling, want dat behoort zeker niet tot mijn comfortzone!) en het organiseren van een inspiratie(mid)dag voor collega's waarin ik enkele thema's die we in de MLI hebben besproken met ze wil delen om daarover vervolgens in gesprek te gaan....
Wordt vervolgd.....
Evaluatie samenwerking ontwerpbureau
Evaluatie ontwerpbureau LA2MM:
Wat gaat er goed:
-
We steunen elkaar goed in de onzekerheid, we
zetten elkaar weer op de rit
-
We vullen elkaar goed aan
-
We beschikken over verschillende perspectieven
vanuit onderwijs
-
We gaan respectvol met elkaar om en geven elkaar
de kans om informatie te halen
Wat kan er beter:
-
We kunnen buiten school om meer gebruik maken
van elkaars expertise
-
Informatie delen
-
Het volgen van elkaars blog
-
Elkaar scherp houden op het proces
Hoe verder?
-
informatie delen als iemand een stapje verder is
om elkaar mee te nemen in het proces.
-
aangeven wanneer je iets op je blog plaatst en
hierop feedback geven via de blog door de anderen.
vrijdag 4 maart 2016
Herontwerp
Ik snap waarom onderwijs niet perfect is. Perfect onderwijs maken is ontzettend moeilijk, zo niet onmogelijk! Er zijn zoveel factoren waar je rekening mee moet houden en dat alleen al binnen je onderwijsorganisatie (bijv. de 10 dimensies zoals Van de Akker ze beschrijft, maar ook de verschillende stakeholders zoals de student, de docent, het management, het bestuur). Dan is de wereld buiten de onderwijsorganisatie nog eens vele malen groter en daar ligt ook een heel belangrijk deel van de factoren waarmee we rekening moeten houden (zoals bijv. economische en maatschappelijke factoren en wetgeving).
Werken aan het herontwerp is dan ook een heel lastige opgave. Interessant, maar lastig! Wat wil je bereiken (doelbepaling), maar vooral waarom? Wat is de onderliggende vraag? In deze zoektocht ben ik nu tot dit punt gekomen:
Uit mijn curriculumanalyse komen twee discrepanties die ik uitdagend vind om mee aan de slag te gaan:
1. Studenten ervaren dat ze te weinig inspraak hebben in de inhoud en vorm van het onderwijs
2. De visie van de HAN geeft aan dat het inbedden van technologie in het onderwijs een belangrijk doel is en dat is binnen onze opleiding nog nauwelijks of niet gerealiseerd.
Voor mijn herontwerp kom ik dan uit op 2 ideeën:
1. Het vergroten van de motivatie van studenten door meer studentgestuurd onderwijs (onderliggend probleem is namelijk: studenten ervaren dat ze te weinig inspraak hebben --> hieruit blijkt ontevredenheid --> dit leidt tot een daling van de motivatie --> dit leidt tot een daling van het leerrendement)
2. Het implementeren van technologie in het onderwijs (onderliggend probleem is: er wordt nauwelijks/ geen technologie binnen het onderwijs gebruikt --> sluit niet aan op de visie/ missie van de HAN op dit punt --> sluit daarmee niet aan op maatschappelijke ontwikkelingen zoals de opkomst van e-health en de toenemende mate van selfmanagement door patiënten --> studenten worden niet voldoende voorbereid op hun toekomstige beroep)
Aanpak van idee 1 zou kunnen zijn:
- verdiepen in literatuur over motivatie, flow, zelfregulering en studentgestuurd onderwijs (partnership in education)
- opstellen van doelen gericht op deze concepten (allemaal gericht op studenten)
- opstellen van een trapmodel
- opzetten van een globaal herontwerp waarin op minimaal 1 aspect wordt ingezoomd middels een 'doorkijkje'
Aanpak van idee 2 is identiek, maar dan zou ik literatuur gaan bestuderen over ICT in het onderwijs (welke mogelijkheden zijn er?, waar is wetenschappelijk onderzoek naar gedaan mbt leeropbrengsten en implementatie?, blended learning) en zijn de doelen deels gericht op het team (de docenten) en deels op de studenten.
Mijn voorkeur gaat op dit moment naar idee 1. Heel graag zou ik feedback ontvangen of dit een haalbaar idee is en of de aanpak die ik beschreven heb een goede start is. Ook zijn eventuele (literatuur)suggesties van harte welkom! Bij voorbaat dank.
instructional design model tbv niveaudifferentiatie
Afgelopen maandag zijn we aan de slag gegaan in ons ontwerpbureau om een instructional design model te maken rond het thema niveaudifferentiatie. De opdracht was me eerst niet helemaal helder, omdat ik dacht dat we helemaal zelf een model moesten ontwerpen, maar later bleek dat we een bestaand model als uitgangspunt moesten nemen. We hebben uiteindelijk gekozen voor een model dat toepasbaar is op elk niveau van onderwijs en wat is opgehangen aan de PDCA-cyclus (Deming).
Ook het principe van Scaffolding is terug te zien in het model. Belangrijk is om de voorkennis van leerlingen/ studenten goed in beeld te brengen middels een vorm van toetsing (indiv./ groepsgesprek, schriftelijke toets, woordweb,...) en dan een indeling te maken in 3 niveaugroepen, waarin vooral de mate van instructie verschilt. Vervolgens krijgen de leerlingen/ studenten van elke groep feedback volgens de principes van Hattie/ Timperley en daarna wordt er opnieuw geëvalueerd hoe iedere leerling/ student ervoor staat waarna de cirkel weer opnieuw in werking treedt.
Instructional design model LA2MM
Ook het principe van Scaffolding is terug te zien in het model. Belangrijk is om de voorkennis van leerlingen/ studenten goed in beeld te brengen middels een vorm van toetsing (indiv./ groepsgesprek, schriftelijke toets, woordweb,...) en dan een indeling te maken in 3 niveaugroepen, waarin vooral de mate van instructie verschilt. Vervolgens krijgen de leerlingen/ studenten van elke groep feedback volgens de principes van Hattie/ Timperley en daarna wordt er opnieuw geëvalueerd hoe iedere leerling/ student ervoor staat waarna de cirkel weer opnieuw in werking treedt.
Instructional design model LA2MM
Abonneren op:
Posts (Atom)












